De magie van de buitenplaats

Het beschermen van cultuurhistorisch erfgoed gaat ons in Nederland goed af. Waar in Nederland één rijksmonument per 280 inwoners staat, is dit in bijvoorbeeld Vlaanderen één per 500 inwoners.[1] Toch zijn wij Nederlanders over het algemeen niet veel met onze geschiedenis bezig. Zo had bijna de helft van de Nederlandse bevolking in 2008 geen idee welke eeuw bekend staat als de Gouden Eeuw.[2] Dikke geschiedenisboeken waren (en zijn nog altijd) uit de mode, enkel weggelegd voor een selecte groep van liefhebbers. Een verhalende stijl van presenteren biedt echter mogelijk uitkomst: storytelling.

Breng een kind naar een kasteel of buitenplaats en het waant zich de rest van de dag een dappere ridder of mooie prinses. Het gebouw vormt ‘slechts’ het decor binnen de fantasie van de jeugdige bezoeker – het gaat om de verhalen en avonturen die de ridder en de prinses beleven. Bij volwassenen werkt dit niet anders. Verhalen geven ons grip, helpen ons verwerken wat wij waarnemen en geven betekenis aan wat wij doen. Onze hersenen zijn constant op zoek naar de onderliggende samenhang tussen gegevens. Het onthouden van een serie jaartallen en gebeurtenissen an sich is een lastige klus, maar presenteer de gebeurtenissen in een lopend verhaal en onze hersenen kunnen de informatie veel beter verwerken. Verhalen sluiten aan op de manier waarop wij informatie verwerken.

Een goed voorbeeld van een presentatie waarin storytelling centraal staat is de website van het Van Gogh museum. In plaats van de bezoeker te confronteren met een volledig uitgeschreven biografie over het leven van de schilder zet het museum in op korte teksten en citaten die binnen een thema zijn gegroepeerd. De website neemt de bezoeker mee door de verhalen en inspiratiebronnen die om de beroemde grootmeester heen hangen in plaats van een droge opsomming van zijn leven te geven.

Historische buitenplaatsen zijn typisch locaties die bijzondere verhalen herbergen. Van oudsher dienden deze locaties veelvuldig als inspiratieplek voor bijzondere bewoners en logees als dichters, filosofen, schilders en staatslieden. Dit zijn de verhalen die verteld moeten worden! Het zijn deze verhalen die van buitenplaatsen ook voor volwassenen die magische plek maken van weleer. Durf in de informatievoorziening over uw buitenplaats verder te gaan dan een beschrijving van de architectonische schoonheid van de gevel of welke familie op welk moment eigenaar was. Ga in op een markante bewoner of bezoeker en vertel juist dàt verhaal. Zo beklijft het beter en onderstrepen we het belang van de buitenplaatsen als belangrijk Nederlands cultureel erfgoed.

Men zegt wel eens dat gebouwen een verhaal te vertellen hebben, maar niets is minder waar. Het gebouw zelf zal nooit spreken, het zijn de mensen die in een gebouw wonen, werken of er grote daden in de buurt verrichtten die het narratief voorzien. Storytelling is daarin een fantastisch instrument om de geschiedenis van de buitenplaatsen inzichtelijk en beleefbaar te maken voor een breed publiek, onze hersenen zijn er immers dol op. Het zal aan de storytelling in de film over het leven van Michiel de Ruyter te danken zijn dat meer mensen tegenwoordig weten dat de 17e eeuw het juiste antwoord is op de eerdergenoemde vraag.

[1] Gertjan de Boer, Erfgoedstem 12 februari 2015

[2] Geschiedenismonitor 2008

Herbestemmen van buitenplaatsen

Herbestemmen is hip. Een bruisend biertje drinken in de Brasserie van de Broerenkerk in Zwolle? Een diner voor twee in het Kruisheren Hotel in Maastricht? Een paspoort halen in het gemeentehuis van Zuidlaren: een oude drentse Havezathe? Het kan allemaal!

Het lijkt vergezocht: drankgebruik en wuft vertier. Waar eens soberheid en spiritualiteit de leidraad waren worden nu de tapas geserveerd vergezeld van een lijst met de meest exclusieve wijnen ter wereld. Leegstand en verandering van zeden en omstandigheden nopen eigenaren van bijzondere monumenten om na te denken over een nieuwe bestemming van hun onroerend goed. Dat dit vaak afbreuk doet aan de authenticiteit van het betreffende pand verliest men daarbij doorgaans uit het oog.

Ieder monument reflecteert de tijdsgeest van zijn oorsprong. De opvattingen die leefden, de normen en waarden, kregen vorm en werden uitgedrukt in stenen en andere materialen. Het oorspronkelijk bedoelde gebruik ademde daar de ziel van. Een ziel die door menselijke activiteiten geleidelijk het hele pand en zijn omgeving doordrongen.

In Zuidlaren is een voorbeeld van een monument wat juist zijn oorspronkelijke bestemming herkreeg. De oude Havezathe Laarwoud kwam in 1915, na het uitsterven van het geslacht De Milly van Heiden Reinestein, in bezit van de gemeente Zuidlaren. Vervolgens is het huis jaren in gebruik geweest als ambtswoning van de burgemeester. In de tweede wereldoorlog legden Duitsers beslag op het pand en transformeerden het tot noodhospitaal. Na de oorlog werd na rijp beraad door de gemeente besloten het volledig uitgewoonde en vernielde huis te bestemmen tot gemeentehuis en in 1955 werd het dan ook als zodanig in gebruik genomen.

De Zuidlaarders vormden een intensieve band met het gemeentehuis: ze trouwden er, haalden er hun paspoort, deden er aangiftes van geboorten en overlijden. De inwoners van Zuidlaren waren trots op hun gemeentehuis! Maar toch was het niet hetzelfde. Het Laarwoud, ooit de residentie van de Nederlands-Russische zeeheld Lodewijk van Heiden (beter bekend als Berend Botje uit Zuidlaren), was niets meer dan een luxe kantoorpand. Als de laatste ambtenaar ’s avonds de deur achter zich dicht trok kwam er geen rook uit de schoorstenen en was het er koud en kil. Het Laarwoud lag er op dat tijdstip eenzaam bij. Hoewel de gemeente voorzag in een passende bestemming voor het pand is een buitenplaats zonder vaste bewoner simpelweg anders. Zonder de toewijding en het wakend oog van de eigenaar overwoekerden paden in het parkbos en nestelden de roeken zich in de rookkanalen van de oorspronkelijke haarden. Een kantoorgebouw wordt immers anders gebruikt dan een woonhuis.

Als gevolg van schaalvergroting werd de gemeente Zuidlaten in 2004 onderdeel van de nieuwe gemeente Tynaarlo. Bij deze nieuwe gemeente hoorde een nieuw gemeentehuis, de oude Havezathe werd te koop gezet. Na zorgvuldig overleg werd besloten het monumentale gebouw weer zijn oorspronkelijke bestemming te geven: een statig woonhuis in een prachtige omgeving. Na een grondige restauratie waarin de systeemplafonds van het kantoorruimtes plaats maakten voor de oorspronkelijke detaillering ontstond er weer een warm familiehuis met prachtig parkbos. Op koude nachten komt er weer rook uit de schoorstenen: het Laarwoud leeft weer!

Deze column is verschenen in het tijdschrift Arcadië van november 2014.

Bijen buitenplaats

Buitenplaats als broedplek voor bijen?

Historische buitenplaatsen zijn met hun prachtige huizen en parken de parels in het Nederlandse landschap. Zij zijn dan ook van grote cultuurhistorische waarde. Generaties van eigenaren hebben telkens veel energie en liefde in hun bezit gestoken. Deze vele jaren van toewijding hebben de historische buitenplaatsen gemaakt tot wat zij vandaag zijn: unieke plekken binnen het Nederlandse landschap.

Naast de esthetische schoonheden van buitenplaatsen herbergen zij heel vaak ook een bijzondere biotoop. Op de historische buitenplaatsen bevinden zich van oudsher regelmatig zeldzame bomen en planten van een grote variëteit. Deze rijke diversiteit staat in schril contrast met de maisbebouwing die het hedendaagse aanzicht van het Nederlandse platteland verschraalt. Deze verschraling heeft grote gevolgen voor insecten (zoals bijen en vlinders) in deze gebieden. De laatste 20 jaar daalt het aantal insecten gestaag in zowel aantal als diversiteit. De belangrijkste oorzaak van deze achteruitgang is te herleiden naar het verdwijnen van geschikt leefgebied, de intensivering van de landbouw en de verdroging en vermesting van landbouwgrond. Maar ook pesticiden en uitheemse parasieten zijn een belangrijke oorzaak van de teruglopende populaties.

Buitenplaats als broedplek voor de bij?

De ecologische diversiteit en de relatieve rust van de meeste historische buitenplaatsen maken deze locaties uitermate geschikt voor het houden van bijen. Dat honingbijen zelden agressief zijn en vaak heerlijke honing produceren maakt het plaatsen van enkele bijenkorven op een buitenplaats een zeer aantrekkelijk project. Hoewel het vanuit bedrijfseconomisch oogpunt niet direct iets toe zal voegen aan de exploitatie van een historische buitenplaats, draagt het wel degelijk bij aan de emotionele beleving en aan het verlagen van de drempel voor het grote publiek. Bovendien geeft het veel voldoening om bij te kunnen dragen aan de instandhouding van de bijenpopulatie en daarmee aan de hele levenscyclus van onze land- en tuinbouw.

Het houden van bijen biedt de eigenaar van een buitenplaats inzicht hoe het met de biodiversiteit op zijn terrein is gesteld. Dit inzicht helpt bij de ontwikkeling van een beter onderbouwd groenbeheer. Voor het houden van bijen is een imker onmisbaar. Gelukkig is er momenteel bij jongeren een sterk groeiende belangstelling voor dit bijzondere vak. Hierdoor wordt het vinden van een imker makkelijker, bovendien krijgt een jonge imker de kans het vak te leren in een zeer geschikte omgeving. Onderling contact tussen de imkers kan helpen bij het creëren van verbindingsroutes tussen de buitenplaatsen door bijvoorbeeld bos- en akkerranden in te zaaien met bij-vriendelijke gewassen.

Honing

Het eindproduct van het nijvere bijenvolk kan uitstekend dienen als promotiemateriaal van de buitenplaats. De honing is een lokaal product en kan desgewenst verpakt worden in een potje met daarop een speciaal label van de buitenplaats, iets wat een professionele imker meestal graag zal verzorgen. Het is verbazingwekkend hoe enthousiast mensen reageren wanneer zij een potje eigen honing cadeau krijgen van de eigenaar van de buitenplaats. Het is zeer sterk promotiemateriaal dat veel waardering oogst!

Heeft u interesse in het plaatsen van een bijenvolk op uw buitenplaats? Bezoek de www.food4bees.com voor meer informatie over dit onderwerp.

Blijvende herinneringen

Voor kinderen zijn er weinig plekken zo spannend als een buitenplaats. Zelf kwam ik als kind vaak op Zwijnsbergen (bij Den Bosch), de prachtige, landelijke buitenplaats gebouwd in de 16e eeuw van mijn grootmoeder. Ik herinner me nog goed mijn strooptochten in de boomgaard, waar ik stiekem kersen en peren stal (hoewel iedereen dat natuurlijk allang wist). En dat ik als klein jongetje op zomerse middagen de pachter ‘hielp’ met het hooien, door karren vol te laden met het gedroogde gras, om vervolgens het paard te mennen op weg naar huis. De eindeloos grote tuinen met hun geheime plekken boden een fantastische gelegenheid voor de ontdekkingstochten waarmee ik mij vele middagen heb vermaakt.

Dit geldt niet alleen voor mij. Iedereen die vroeger door de bossen en parken van buiten- plaatsen struinde, heeft blijvende herinneringen opgebouwd die altijd voor een glimlach op het gezicht zorgen. En de band met deze plekken, die in je jeugd opgebouwd wordt, blijft op die manier de rest van je leven bestaan.

Met het verstrijken van de tijd, krijgt die band zelfs meer diepgang. Voor volwassenen zijn buitenplaatsen eveneens fascinerende plekken, vol verhalen en romantiek. Het kasteel met zijn geheime ruimtes was niet alleen interessant in mijn jeugd, maar de verhalen over de onderduikers die in de Tweede Wereldoorlog verscholen hebben gezeten in de daarvoor aangelegde geheime ruimte, blijven me nog steeds bezighouden. Ik kijk met een andere blik naar het gebouw waar ik vroeger verstoppertje speelde: nu waardeer ik het kasteel ook vanwege zijn esthetische en historische waarde, en het landgoed vanwege de rijkdom aan plant- en diersoorten. De waardering voor de enorme schat aan monumenten, cultuurhistorie en natuur die buitenplaatsen te bieden hebben, wordt in de loop der tijd steeds groter en gelukkig ook steeds breder in de samenleving gedragen.

De buitenplaats waar ik ben opgegroeid, vormt niet alleen een wezenlijk onderdeel van mijn leven, maar ook van het Nederlandse erfgoed. Daarom ben ik blij dat VPHB en de Vrienden van Particuliere Historische Buitenplaatsen helpen om de krachten en kennis van eigenaren en andere betrokkenen bij particuliere historische buitenplaatsen te bundelen, zodat ze zich samen sterk kunnen maken voor het behoud en beheer van dit unieke cultuurhistorische erfgoed. Juist het feit dat deze buitenplaatsen nog in particulier bezit zijn, draagt bij aan het ‘levend’ houden van dit bijzondere erfgoed. Laten we ervoor zorgen dat ook de volgende generatie ernaar toe kan gaan om mooie herinneringen op te bouwen en de verhalen te kunnen blijven vertellen.

Deze column is verschenen in het tijdschrift Arcadië van mei 2014.

Foto: Flickr, Paul Stainthorp – CC.

De overdracht van een buitenplaats

Bij particuliere eigenaren van buitenplaatsen staat de duurzame continuïteit en het in ere houden en doorgeven van dit erfgoed steeds op een zeer hoge plaats. Daar wordt altijd veel tijd en energie aan besteed. Een belangrijk onderdeel daarvan is de overdracht aan een nieuwe eigenaar, veelal liefst een volgende generatie.

Als geschreven wordt over de overdracht van een buitenplaats wordt vaak stil gestaan bij welke juridische stappen genomen moeten worden en hoe het een en ander fiscaal het best gestructureerd kan worden. Ook de ‘softere’ kant, zoals een mogelijk generatieconflict dat tot uiting kan komen bij een overdracht, is nog wel eens onderwerp van een artikel.

Er lijkt echter veel minder oog te zijn voor de gevolgen van een dergelijke overdracht op het reilen en zeilen op een buitenplaats. En, ook niet onbelangrijk, waarom een nieuwe eigenaar eigenlijk een buitenplaats zou willen overnemen? Naast alle lusten van een buitenplaats zijn er immers ook allerlei lasten aan dit bezit verbonden.

Het lijken eenvoudige vragen maar al snel blijkt dat het beantwoorden van deze vragen toch iets minder makkelijk is. Zal bijvoorbeeld de omgeving iets merken van een dergelijke overdracht? En zo ja, wat dan? Vaak wordt gezegd dat een overdracht geruisloos moet plaatsvinden. Maar is dat wel zo? Wat is er op tegen als ook de buitenwereld iets merkt van een overdracht?

Een jongere generatie of een nieuwe eigenaar zal bijvoorbeeld op een andere manier communiceren met de buitenwereld. Niet alleen in de directe contacten maar ook op de wijze waarop de buitenplaats zich aan de buitenwereld presenteert. Een ander verschil zou kunnen zijn de manier waarop de ‘nieuwe’ eigenaar met zijn buitenplaats omgaat. De buitenplaats zal niet zelden een andere plaats in het leven van de nieuwe eigenaar innemen. In een wereld waar familie, werk, zorg en sociale contacten al zeer veel tijd vergen, zal ook nog aandacht besteed moeten worden aan de buitenplaats. Dat houdt vanzelf in dat de manier waarop een buitenplaats wordt aangestuurd zal veranderen. Daarnaast kunnen eventueel ook de activiteiten op een buitenplaats wijzigen doordat de nieuwe generatie op zoek gaat naar andere economische dragers om de buitenplaats rendabel te maken of te houden.

Veel dingen blijven echter ook hetzelfde. De nieuwe generatie eigenaars voelt zich net zo verbonden met de buitenplaats als de oudere generatie. De liefde voor het historisch cultuurgoed en het natuurschoon is niet minder. Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met de vele dierbare herinneringen en verhalen die aan de buitenplaats verbonden zijn. Het vertellen van die verhalen en het doorgeven van de cultuur historie is een heel belangrijk goed!

Deze column is verschenen in het tijdschrift Arcadië van mei 2014.